De Ogen Van De Panda

Uitgelicht

Leestijd: 2 min

Vanaf de 18e eeuw was het de rede die kon en moest gebruikt worden om de natuur te onderwerpen. Hume schreef; “De rede is de slaaf van mijn verlangens.” Het wetenschappelijke technologisch optimisme was geboren; “On n’arrête pas le progrès”. De industrie zorgde voor een democratisering van de verworvenheden. De onbevredigbare ontwikkelingsdrang kende zijn conceptie. De atoombom maakten pijnlijk duidelijk dat de controle over een wetenschappelijk resultaat – kernsplitsing en kettingreactie – de onderzoekers ontglipt. Wetenschap was niet meer vrijblijvend. Kennis in dienst van de mens, of de mens in dienst van kennis?

Middel-doelomkering

Er treedt vervreemding op door middel-doelomkering. Waarbij de mens het middel wordt en behoeftecreatie artificieel een shot steroïden krijgt. Kant was hier alreeds tegen gekant. De doelloosheid en irrationaliteit van het totaalsysteem wordt gesluierd door de rationele doelmatigheid van de deelsystemen. Men moet trachten een redelijk inzicht te brengen, voor de feiten het einde aanbrengen. Daar zit het probleem. je moet maatregelen treffen waarin de vrucht en het resultaat zal bestaan uit het niet optreden van een symptoom. Soms wachten waandenkbeelden op de moordende feiten.

Zure regen en ozon

Zoals Vermeersch aanhaalt is er een limiet voor de bevolkingsaangroei, de grondstoffen en de verspreiding van pollutie. Hij vergeet er wel bij te zeggen dat deze limieten gelden binnen wat men nu weet, gegeven de omstandigheden, met de beste kennis die er voor handen is.

Vermeersch zag op milieufilosofisch vlak drie grote dreigingen; co2, zure regen en het gat in de ozonlaag. Die laatste twee werden in een ‘handomdraai’ opgelost. Hij had het wel bij het rechte eind dat we ecologie als één geheel moeten benaderen; een systeem waarin planten ,dieren en mensen in een complexe interactie met zonnestraling, lucht, water en ander grondstoffen een samenleving vormen en waarin storing van één van de componenten gevolgen kan hebben op het geheel.

Het kapitalisme kan in zijn ideale vorm een oplossing bieden; het uitgangspunt waarbij individuele ondernemers hun behoeftebevrediging uitstellen om te investeren, waar op termijn iedereen de vruchten van plukt.

Recht op geluk

Vanuit dit alles is een recht op geluk gegroeid waarbij ‘welzijn’ en ‘geluk’ synoniemen werden. Waarbij geluk betekent dat je alles uit de agro-industriële kan moet halen. Tegenover de wereldwijde unificatie van het consumptiestreven en principiële gelijkwaarheid staat de feitelijke ongelijkheid bij de bevrediging.

Vermeersch voorspelde een toename in de vergiftiging van de grond en lucht. Quod non. De Schelde heeft terug vissen, de lucht is nu properder dan toen onze grootouders nog rubber stookten in de tuin etc.

Geboortebeperking

De oplossing volgens Vermeersch is het drastisch verminderen van de geboortecijfers. Geboorte zorgt voor een vermenigvuldigingsfactor van alle nefaste gevolgen van de ontwikkelingsdrang, tenminste, indien we het gelijkwaardigheidsbeginsel als norm nemen. Hij roemt China als lichtend voorbeeld. Niettegenstaande dat China al heeft moeten afstappen van hun eenkindpolitiek. Westerse vrouwen kennen al een – lage – fertiliteitsgraad van 1,8% wat ook o.a. nefaste gevolgen heeft voor de vergrijzingskosten en pensioenbom.

De mens als kankercel

De mens, stelt Vermeersch is een kankercel, waarbij de harmonie tussen natuur en mens verstoort is. Niettemin Homo Sapiens altijd al een impact hadden op hun omgeving is er sinds Eva die vermaledijde appel at geen sprake meer van harmonie. Hij stelt dat de categorische imperatief van Kant als moraal dient; ”Handel steeds zo dat de regel van uw handelen tot algemene gedragsregel kan worden verheven”. Helemaal mee eens, maar leg dat maar eens uit aan de bevolking, maak dat eens concreet, handhaaf dat eens.

Kenmerken voor waarden zijn dat ze niet universeel zijn en dat mensen de enige waarderende wezens zijn. Wel, net het ecologisch probleem moet universeel aangepakt worden.

Hij besluit dat het opheffen van de mensheid om het ecosysteem te redden absurd zou zijn, want zonder is het eco-systeem geen waarde meer, aangezien er niemand meer is om het op prijs te stellen.

Ik sluit af met Burke: “We hebben een maatschappelijk contract, niet alleen met onze tijdsgenoten, maar ook met de doden en ongeborenen.”