Van zoveel versluiering zakt mijn broek af

Uitgelicht

Leestijd: 10 min

Een Leuvense rechtbank oordeelde eerder deze week dat het verbod op levensbeschouwelijke kentekens in een Leuvense school van het gemeenschapsonderwijs (GO!) in strijd is met de godsdienstvrijheid.

“Als het leven een luchthaven is dan is er één gateway waar iedereen passeert: school. Op die doorgang moeten rechten voor iedereen hetzelfde zijn. In de islam- is dat niet zo.”

Met de multiculti hebben we ook de multireligi geïmporteerd. Als we streven naar een open samenleving, waar iedereen zichzelf kan zijn – ergo een diverse samenleving – dan kunnen we niet eisen dat iedereen is zoals we zelf zijn. De centrale vraag is of godsdienstvrijheid binnen een schoolcontext enerzijds absoluut is of anderzijds neutraliteit in het onderwijs tot een gunstiger pedagogisch klimaat leidt om onze emancipatorische samenleving vorm te geven? “Als het leven een luchthaven is dan is er één gateway waar iedereen passeert: school. Op die doorgang moeten rechten voor iedereen hetzelfde zijn. In de islam – met de gesluierde vrouw als vaandeldrager – is dat niet zo.”, schreef Hind Fraihi in De Morgen. Los van religieuze overtuiging of modieuze gril. Een vestimentaire uitdrukking van vrouwenongelijkheid en vrouwenfobie hoort niet thuis in een pedagogische context.

Sluier als vlag voor de kruistochten tegen de Verlichting

In de zaak-Dahlab tegen Zwitserland (2001) werd het een lerares verboden om met een hoofddoek voor de klas te staan. Het Hof oordeelde dat het “niet zonder meer kan worden ontkend dat het dragen van de hoofddoek een soort proselitisch effect kan hebben”.

De Egyptisch-Amerikaanse schrijfster Mona Eltahawy en de Turks-Duitse imam Seyran Ates schrijven dat moslima’s die in de westerse wereld strijden voor hun hoofddoek niet beseffen hoe vrouwen in de Arabische wereld moeten vechten tégen de hoofddoek. De boerka als textiel-gevangenis.

“Moslima’s die in de westerse wereld strijden voor hun hoofddoek beseffen niet hoe vrouwen in de Arabische wereld moeten vechten tégen de hoofddoek.”

De hoofddoek gaat er van uit dat vrouwen zich moeten bedekken, om niet aangerand te worden. Vrouwen hebben dus de verantwoordelijkheid,” schrijft Ekiz, “om mannen te beschermen tegen de seksuele verlangens die vrouwen bij hen zouden kunnen opwekken.” De parel in de schelp. Ik vind het ronduit een misogyne belediging. In het Westen zorgt de versluiering dan weer voor het afzakken van de broek bij menig opiniemaker. Links vervelt tot rechts in haar verdediging van een ideologie die zich vermomt als religie, rechts tot links in haar verzet tegen vrouwonderdrukking en segregatie. Dat het dragen van een hoofddoek niet vrijblijvend is bleek toen de Antwerpse influencer Sarah Dimani haar volgelingen meedeelde dat ze besloten had haar kap over de haag te gooien en ze vervolgens een ‘sociale media- fatwa’ over haar uitgesproken kreeg.

“Links vervelt tot rechts in haar verdediging van een ideologie die zich vermomt als religie, rechts tot links in haar verzet tegen vrouwonderdrukking en segregatie.”

Misogyn symbool

“Mensen die een publiek ambt uitoefenen, horen neutraal te zijn. Een hoofddoek duidt op afzondering, eerder dan op integratie”, liet Bassam Tibi – de man die ‘leitkultur’ lanceerde – optekenen in een interview. Openbare instellingen waar macht of invloed wordt uitgeoefend, moeten immers vrij zijn van elke wereldbeschouwelijke symboliek. Niet omdat men anders per definitie partijdig is, maar vanuit de optiek dat we zelfs de kans op een vermoeden van partijdigheid moeten uitsluiten. Neutraliteit is illusoir, onpartijdigheid is dat niet. De burger draagt uiteraard wat hij wil zolang het niet in strijd is met de openbare orde en zeden.

Als de hoofddoek – zoals vaak opgeworpen – gewoon een stuk textiel is, waarom dan die intense gehechtheid eraan? “Omdat God dit van mij vraagt”. Zolang dit antwoord subjectief aanwezig is, kan men niet loochenen dat de hoofddoek objectief symbool staat voor een bepaalde houding tegenover de Koran. En ondanks dat de Koran dit niet expliciet vereist, knelt hier het hoofddekseltje. Uit het World Values Survey kunnen we aflezen dat meerderheden in islamitische landen de sharia genegen zijn en ipso facto de doodstraf genegen zijn voor homoseksuelen. Theocratieën zijn trending. Rechten van vrouwen, LGBTQ en minderheden worden over de haag gegooid. “U weet toch dat de meeste moslima’s die een hoofddoek dragen, ook in dat opzicht de Koran volgen?” Dixit Etienne Vermeersch. Van moslima’s die dit boek volgen in verband met kledijvoorschriften, mag je verwachten dat ze consequent zijn; inzake LGBTQ-rechten, dat mannen meer erfenisrechten hebben dan hun zusters, de maagdencultus – die alleen telt voor vrouwen – als een gesluierde kuisheidsgordel tussen de benen, gehoorzaamheid aan de echtgenoot enzovoort.

Islamofobie

De progressieve versluierde – of benevelde – intellectuelen werpen zich op als verdedigers van een symbool van vrouwenhaat en anti-democratisch gedachtegoed. Zij staan met de billen bloot. “Kennen deze moraalridders niet de obsessie met het in bedwang houden van het vrouwelijk lichaam? Zijn ze zich dan niet bewust van de islamitische haat tegen vrouwen?” vraagt Fidan Ekiz zich af. Kritiek op de islam afwimpelen als islamofobie is even fout als kritiek op de staat Israël als antisemitisme benoemen. De uitdrukking ‘regressief links’ werd door de voormalige islamist Maajid Nawaz gelanceerd. Hij viseert daarmee de sujetten die weigeren om allerlei uitingen van vrouwen- en homofobie bij moslims aan de kaak te stellen, en mensen die dat wel doen als racistisch of islamofoob bestempelen. Westerse ‘liberalen’ doen er liefst het zwijgen toe. Tolerantie als onverschilligheid. Toen Khomeini een fatwa uitsprak over Rushdie en zijn Duivelsverzen reageerde het Westen door te stellen dat Rushdie niet zo mocht provoceren. De linkse elite die hier graag oploopt met vrouwenemancipatie en ons in een keurslijf van quota dwing zegt niks over de geïnstitutionaliseerde schending van vrouwenrechten in de islamitische wereld. In de versmelting tussen huichelarij en de drang naar eenzijdige neutraliteit wordt inertie gebaard. Vrijheid van meningsuiting en kritiek zijn één van de belangrijkste grondrechten van de vrije samenleving. Deze vrijheid is dan wel niet absoluut, dan wel fundamenteel. De grenzen ervan worden bepaald door de andere vrijheden en mensenrechten.

“De linkse elite die hier graag oploopt met vrouwenemancipatie en ons in een keurslijf van quota dwing zegt niks over de structureel geïnstitutionaliseerde schending van vrouwenrechten in de islamitische wereld.”

Hoofddoek of blinddoek?

De etnisch-religieuze identiteit van islamitische migranten wordt bij ons nog steeds als een struikelblok ervaren op weg naar volwaardig burgerschap. Sinds 9/11 beseffen we dat er een islamitische stroming bestaat die radicaal positie inneemt tegenover onze manier van leven. Als je op de ‘ramblas’ van de Stalingradlaan wandelt zie je meer sluiers dan op een doorsnee markt in Marakesh. We moeten de rechten van minderheden niet vrijwaren als ze daarmee zelf hun eigen minderheden onderdrukken. Dat is het basisprincipe van Karl Poppers weerbare democratie en open samenleving. Popper beschrijft dit in de ‘paradox van de tolerantie’; als we ongelimiteerd tolerant zijn en onze tolerante samenleving niet beschermen tegen de aanvallen van de intolerante medemens dan zal de tolerante mens verloren gaan en met hem de tolerantie. Vrouwenemancipatie is fundamenteel voor integratie. Ontvoogding is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij de staat moet faciliteren en de persoon zelf verantwoordelijk is voor de kansen die hij/zij neemt. Uit een Australisch onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de integratie van Libanese christenen veel beter verloopt dan die van Libanese moslims. Chinezen, Vietnamezen en Indiërs, blinken uit op de arbeidsmarkt en in het onderwijs.

“We moeten de rechten van minderheden niet vrijwaren als ze daarmee zelf hun eigen minderheden onderdrukken.”

De automatische overwinning van de democratische rechtstaat en het einde van de geschiedenis en ideeënstrijd zoals Fukuyama beschreef na de val van de Berlijnse Muur is een fata morgana. Waar ligt de demarcatielijn tussen etnisch-religieuze vrijheid en burgerlijke plichten? Indien nieuwkomers na één of twee generaties nog niet tot de ‘civil society’ behoren leven we in feitelijke apartheid. Want hoe moet de vorming van het burgerschap verlopen met een allochtone gemeenschap, die onder de mantel van het multiculturalisme jarenlang aan haar lot werd overgelaten? Democratie is een ‘bottom up’ proces. Het is meer dan louter een aanpassing van een politiek systeem. A fortiori is het een maatschappelijke omwenteling die vanuit de gemeenschap moet groeien met impliciete solidariteit in haar kielzog. Die solidariteit is het resultaat van het verbeelden van een politieke gemeenschap als democratische structuur met elk individu als lid én deelnemer. “Naarmate de economische verhoudingen gelijker worden doet de democratie zijn intrede. Vrijheid zonder sociale mobiliteit is zinnebeeldig”, schreef de Tocqueville.

“Hoe moet de vorming van het burgerschap verlopen met een allochtone gemeenschap van vooral moslims, die onder de mantel van het multiculturalisme jarenlang aan haar lot werd overgelaten.”

Vrouwenfobie of wijvenwoede?

Er moet plaats zijn voor individuele identiteit zo lang men geen rechten wil putten die strijdig met zijn met Vlaams burgerschap. Waar zijn de feministen en de dolle mina? Zij die de bh als een belemmering ervoeren voor hun wiebelende borsten op de barricaden van ’68? Als we ten voordele van dienstverlening en emancipatie streven naar neutraliteit in scholen en openbare ambten, dan moet dat gelden voor alle burgers. Uitzonderingen op de wetgeving blijven voorzien tot het proportioneel nastreven van een redelijk doel in functie van het algemeen belang. In hoeverre moet men bij publieke cultuur rekening houden met private cultuur?

Als hoofddoeken niet toegestaan zijn bij openbare loketfuncties en scholen dan staat dat de zelfontplooiing in de weg klinkt het uit de hoek van de ‘deugdpronkers’. Verdedigen deze apostelen van de Verlichtingskruistocht dan ook het weigeren van een medische ingreep op basis van levensbeschouwelijke overtuiging zoals het weigeren van een bloedtransfusie bij de getuigen van Jehova? Of wachten de ‘gutmenschen’ tot er een totaal onverdedigbaar geval opduikt om grenzen te stellen aan hun cultuurrelativisme? De praxis staat uiteraard voor op, maar die mag niet vervellen in een politiek opbod om bepaalde groepen als electoraal kiesvee te charmeren zoals Groen die in het Vlaams Parlement een decreet wil indienen dat hoofddoeken als regel toelaat op school. Wie de hoofddoek draagt uit vrije keuze mag dat, maar bij voorkeur niet op school.

“Verdedigen deze apostelen van de Verlichtingskruistocht dan ook het weigeren van een medische ingreep op basis van levensbeschouwelijke overtuiging?”

De finaliteit van een seculiere samenleving is wederzijds respect en gewetensvrijheid. Dat zijn de morele principes. De institutionele middelen om dat te bereiken zijn neutraliteit en scheiding van kerk en staat. Hiertussen kan een spanningsveld ontstaan en dan komt de keuze welke je boven de andere plaatst. Het passief pluralisme of het actief pluralisme. Mijn paradigma is uiteraard ook niet neutraal, maar wel legitiem. Het schept een kader waarin er ruimte is voor verschillende visies op een goed leven zowel religieus, filosofisch of metafysisch. De basisprincipes van de democratische rechtstaat dienen dezelfde te zijn, de rechtvaardiging kan verschillen. Een samenleving die vanuit de Verlichtingsidealen is geëvolueerd tot een democratische rechtstaat met gewaarborgde burgerrechten en vrijheden is cultureel verheven boven een samenleving die de Verlichting en de Renaissance – nog – niet doormaakten. Respect voor mensen staat niet gelijk aan respect voor al hun denken en cultuur.

Recent nog deelde Zelfa Madhloum op Twitter fotografisch bewijs van een campagne om jonge allochtone vrouwen aan te zetten om zich volledig te bedekken op straat.

Waar is de verontwaardiging? Waar zijn de social justice warriors? Terwijl we ons na Pukkelpop toch hadden voorgenomen om forser te reageren op mannelijk uitschot dat jonge vrouwen intimideert?