Feestdag van een Vlaamse natie

Uitgelicht

Leestijd: 10 min

“Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft (…)”

Zo dendert ons volkslied over onze harten en tongen. Deze ontembare Vlaamse leeuw is altijd nauw vervlochten geweest met de rebelse Gentse stroppendragers. Getuige daarvan is de première van het Vlaams volkslied in het revolutiejaar 1848 in de Minardschouwbrug te Gent. Het kan verkeren, zei Bredero. Anno 2019 huldigt het Gents bestuur de Guldensporenslag met een – sobere – academische zitting, voorzien van natje en droogje, maar het mocht wat meer zijn. Neen, deze keer blijft de roeptoeter op zak. De Vlaamse hoogmis is nochtans dé dag bij uitstek om stil te staan bij de rijke en woelige, maar heroïsche geschiedenis van onze natie.

“Het Gents bestuur weigert om de feestdag te gedenken met de gepaste toeters en bellers. Neen, deze keer blijft de roeptoeter op zak”

Graafschap Vlaanderen

We beginnen bij het graafschap Vlaanderen (862 – 1795) dat door het Verdrag van Verdun aanvankelijk deel uitmaakte van West-Francië en vanaf 1464 van de (zuidelijke) Nederlanden. Vanaf het prille begin weigerden de fiere en dappere Vlamingen om te buigen naar de Franse feodale leenheer. Vlamingen voeren een onafhankelijke koers. Leuk weetje; ‘Vlaanderen’ komt etymologisch van flâm, flauma (vloed, stroom). Overstroomd land dus. Sommige predikers zien deze periode al terug opduiken onder het motto; “l’histoire se répète”.

1302

Op 11 juli 1302 – meer dan 700 jaar geleden – legden de Vlamingen het juk van de Franse koning Filips IV de Schone van zich af. In een heroïsche veldslag nabij Kortrijk vernederden de Vlaamse ambachtslieden – straatvechters bij gelegenheid – het professionele Franse ridderleger. De Guldensporenslag, zo gaat de mythe, voert ons mee naar een slagveld waarbij het volk, het establishment omverwerpt. Dat ridderleger werd niet alleen verslagen, maar met de grond gelijk gemaakt. De hagiografie leert ons dat het Franse leger ‘boven de zestigduizend man sterk’ was en het onderspit dolf tegen het Vlaamse leger dat ‘slechts uit dertigduizend man bestond.’ Denk Braveheart, maar dan het origineel. Tijdens de Guldensporenslag was er geen tijd voor gutmenschen. Het was Germaans zelfbestuur versus Latijns despotisme. De Franse ridders wisten niet wat hen overkwam. Zij waren gewend te vechten volgens een strakke erecode, waaraan edellieden in gans Europa zich getrouw hielden. De slag om de gulden sporen was een concretisering van Hobbes’ bellum omnium contra omnes. Paus Bonifatius VIII werd zelfs uit zijn bed gelicht om mee te delen dat voor de eerste maal in de geschiedenis een leger van voetvolk een ridderleger had verslagen. Dit betekende het begin van het einde voor ridders als militaire kaste. Niet slecht voor wat ‘plebs’.

“Paus Bonifatius VIII werd uit zijn bed gelicht. Het was de eerste maal in de geschiedenis dat een leger van voetvolk een ridderleger had verslagen”

De ‘Leo Belgicus’ is een cartografische conventie waarbij de Nederlanden in de vorm van een leeuw werden afgebeeld.

Conscience was uiteraard een romancier die de ‘Leeuw van Vlaanderen’ schreef om de Vlaamse subnatie, binnen de Belgische natie, tastbaar gestalte te geven. Robert van Bethune; de ‘leeuw’ was zelfs niet aanwezig. Op 11 juli 1302 zat hij in ballingschap in het kasteel van Chinon. De slag was ook geen uiting van ‘nationalisme’ – een anachronisme aangezien de ‘Vlaamse natie’ nog niet bestond – maar eerder een klassenstrijd. Ach wat doet het er toe. Het blijft het verhaal van de underdog; het volk tegen de beter georganiseerde onderdrukker. Een beter gemeenschappelijk verleden of glorieuze mythe kan je voor een natie niet bedenken.

Vlaamse Beweging

In Vlaanderen was er na de onafhankelijkheid van België sprake van een ‘blocked mobility’; de idee dat sociale mobiliteit – volgens De Tocqueville één van de basisvereisten van een democratie – geblokkeerd is. Sociale mobiliteit, of het gebrek daaraan, is een krachtige katalysator tot zelfredzaamheid en emancipatie. Het revolutiejaar 1848 zorgde nog voor een laatste oprisping van Belgisch patriottisme die tot 1870 duurde als reactie tegen de annexatie van Frankrijk onder Napoleon III. Een gemeenschappelijke vijand zorgt nu eenmaal voor een ingroup/outgroup. Guido Gezelle, flamingant van het eerste uur, schreef; “Wees Vlaming, dien God Vlaming schiep. Wees Vlaming zeg ik u, herwake Vlaming Nu!”.

In 1893 werd het algemeen enkelvoud stemrecht ingevoerd waarmee België en Wallonië hun doodsvonnis tekenden. De Waalse leiders pleitten voor een afscheiding van Vlaanderen en Wallonië omdat ze de democratische meerderheid vreesden. Jules Destrée stelde een federatie voor met twee onafhankelijke vrije volkeren. Ze zaten met de ‘peut’ zou Hedebouw zeggen of zaten ze met het profitariaat van de Fransdolheid? Eind 19e eeuw was de bewustwording dan ook compleet; Vlaamse vlag, Vlaams volkslied, Vlaamse feestdag. Conscience leerde niet alleen zijn volk lezen, hij leerde het ook feesten. In 1973 riep de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële feestdag van Vlaanderen.

“In 1973 riep de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële feestdag van Vlaanderen.”

De testosteronrevolutie

Leuven Vlaams was een repliek op het Franse taalimperialisme en het misprijzen van de eentaligheid. Taal is de beste waarborg voor de bloei van een volk en het belangrijkste kenmerk van de natie. In 1962 werd de taalgrens vastgelegd; Vlaanderen eentalig Vlaams, Wallonië eentalig Frans en Brussel tweetalig. Vlaanderen ging uit van het territorialiteitsprincipe. Maar de Franstaligen behielden het personaliteitsbeginsel en bleven dus rustig verder keuvelen in het Frans. De Vlamingen beseften dat zij de demografie aan hun kant hadden. James Kennedy schrijft dat de culturele omwenteling van de jaren 60 kon plaatsvinden omdat het protest en een deel van de elite gelijkaardige motieven hadden. De Christendemocraten – altijd de grootste in Vlaanderen – dreigden hun hegemonie te verliezen aan de Volksunie. Ze werden terug Vlaamsgezind. De socialisten en liberalen waren belgicisten omdat ze hoopten te profiteren van Waalse stemmen. Het startschot van mei ’68 werd gegeven in Parijs. Het ongenoegen van de mannelijke studenten die niet op meisjeskamers mochten komen slapen katapulteerde Europa in een sociale testosteronrevolutie.

Het moreel superieure links had die flamingantische stempel van ’68 niet zien aankomen. Zij zochten en vonden soelaas voor hun identiteitscrisis bij het evangelische Rode Boekje van Mao.Toen Leuven Vlaams een nationale dimensie kreeg trokken ze zich terug. Van de weeromstuit hingen mensen als Paul Goossens maar anti-Vlaamse, pro-Belgische en pro-Europese idealen nastreven. In hun kielzog omarmden ze een misplaatste multiculti en importreligie die het licht van de verlichting wil doven. Het Postmodernisme leidde tot spirituele verarming. België kent 28 zelfmoordpogingen per dag. In de publieke moraal heeft alles zijn prijs maar niks zijn waarde. Nietzsche voorspelde alreeds dat de dood van God samenvalt met de dood van onze cultuur en onze moraal. Dit heeft als gevolg dat de mens, gedreven door massaconsumptie, alles zal gaan banaliseren. Dit zal uiteindelijk uitmonden in nihilisme met zelfobsessie, spirituele woestenij en leegte als resultaat. We verheffen fysica tot metafysica en we vernietigen alles wat in de weg staat van de bevrediging van onze materialistische menselijke impulsen. We waren verlost van de verstikking van de pastoor maar de aasgieren stonden klaar. Een hervorming kan een revolutie tegenhouden en een revolutie kan een hervorming tegenhouden, schreef Burke.

“In de publieke moraal heeft alles zijn prijs maar niks zijn waarde. We verheffen fysica tot metafysica en we blijven achter in spirituele woestenij”

De absolute individualiteit waarbij kosmopolieten de natie vervangen door het individu en de staat door de wereld slaat elke verbondenheid aan diggelen. De cultuurrelativisten negeren elke basale sociale, culturele en evolutionaire principe. De liberale Hun idealen van ‘individuele vrijheid’ en ‘gelijkheid’ zijn een contradictio in terminis aangezien ‘gelijkheid’ betekent dat de ‘vrijheden’ van bepaalde mensen moet ingeperkt worden. Niettemin hebben idealen een natiestaat nodig om concrete gestalte te krijgen.

Staatsmisvormingen

De eerste staatshervorming onder Eyskens maakte een einde aan het unitaire België. Vlamingen wilden culturele autonomie onder andere in de vorm van taalwetgeving. Er kwam een paritaire ministerraad en twee cultuurgemeenschappen. De unitaire partijen liepen ook op hun einde. Dit alles had een hoge prijs; de ‘grendelgrondwet’. We werden afgekocht met speciale procedures en het instellen van bijzondere meerderheden waardoor de macht van de Vlaamse demografische meerderheid werd ingeperkt. In concreto betekent dit dat we voor iedere majeure hervorming een tweederdemeerderheid in de kamer moeten combineren met een meerderheid in elke taalgroep. De Franstaligen werden ‘demanders de rien’. Waalse regionalistische en anti-Vlaamse partijen zoals Rassemblement Wallon het daglicht zagen. De Vlaamse beweging vervelde van taalbeweging naar politieke, sociale en economische beweging. De taalgrens groeide uit tot een grens tussen gewesten en gemeenschappen.

“We werden afgekocht met speciale procedures en het instellen van bijzondere meerderheden waardoor de macht van de Vlaamse demografische meerderheid werd ingeperkt.”

In de jaren ’70 deed Tindemans de regering vallen met het ‘Egmontpact’, waaruit het Vlaams Blok vloeide. Onder Martens kwamen er maar liefst twee staatshervormingen. Martens zorgde ervoor dat de culturele gemeenschappen echte gemeenschappen met bevoegdheden werden. In ’80 kregen de Duitse, Franse en Vlaamse gemeenschappen én gewesten een eigen raad. De Vlamingen voegen de raden van de gemeenschappen en gewesten samen, waardoor zij een regering minder hebben dan de Franstaligen. Bij de derde staatshervorming werd een ruim pakket bevoegdheden naar de gemeenschappen en gewesten verscheept. België was de facto federalistisch. Dehaene hervormde België finaal tot een formeel federalistisch koninkrijk. Vanaf ’95 konden de volksvertegenwoordigers van de deelstaten eindelijk rechtstreeks verkozen worden. Later volgden nog de vijf resoluties en het nooit uitgevoerde grondwetsartikel 35.

Ondertussen werden de twee democratieën steeds pijnlijk duidelijker; socio-economisch, BRT werd VRT, eigen onderwijs, eigen verenigingen en vakbonden, eigen televisiezenders, eigen media etc. Bovendien voegden steeds meer partijen het adjectief ‘Vlaams’ toe aan hun partijnaam. Feitelijke apartheid dus. De VU had geen bestaansreden meer. De meeste van hun partijstandpunten werden uitgevoerd en ze hadden geen antwoord op de ‘blocked democracy’ en ‘blocked economy’.

In 2011-2012 kwam de splitsing van de vermaledijde kieskring BHV tot stand. Na zes staatsmisvormingen kan je het patroon wel ontrafelen. Iedere staatshervorming roept de volgende op. Vlaamse politici vragen autonomie wat ontzegd wordt door de Belgische politiek waardoor de Vlaamse publieke opinie radicaliseert en de elite dan maar schoorvoetend een halve ‘toegift’ doet. Een staatshervorming wordt eens uitgekleed bij de onderhandelingen, vervolgens nog eens bij de wetteksten en tenslotte nog eens bij de uitvoeringsbesluiten, tot ze volledig met de billen bloot staat. De feitelijke apartheid zorgt voor ‘blocked democracy’. Sociaal en cultureel zijn we vrij, maar democratisch en economisch hangen we nog aan de ketting. Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk is een korte samenvatting van de Belgische politiek.

“Een staatshervorming wordt eens uitgekleed bij de onderhandelingen, vervolgens nog eens bij de wetteksten en tenslotte nog eens bij de uitvoeringsbesluiten”

Buitenstaanders zouden – teneinde de collectieve splitsingsziekte te stoppen – kunnen opwerpen dat het weerbericht splitsen niet voor beter weer zorgt, maar dan zou ik opperen dat het misschien wel voor een juistere weersvoorspelling zorgt.

“Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk is een korte samenvatting van de Belgische politiek”

Natievorming

Vlaanderen is een natie, zoals duidelijk staat geschreven in het Handvest voor Vlaanderen, dat door de Vlaamse regering in 2012 werd voorgesteld. En de natuurlijke, logische roeping van een natie is een soevereine staat worden. En iedere nationalist streeft ernaar om staatsgrenzen te laten samenvallen met de grenzen van de volksgemeenschap, maar beseft dat grenzen nooit absoluut mogen zijn.

Identiteit, waarden, normen en tradities worden over de hele wereld door gemeenschappen gebruikt als houvast tegen de uitdagingen van de globalisatie. Dankzij de staat kan de natie begrenst worden en dankzij de natie krijgt de staat legitimiteit. Grenzen zijn voor een staat wat de huid is voor het lichaam.

” Grenzen zijn voor een staat wat de huid is voor het lichaam”

Natuurlijk is een natie contingent. Het is een verbeelde gemeenschap. Veel van ons maatschappelijke denken is niet natuurlijk en wat wel natuurlijk is, is niet perse wenselijk of moreel goed. Vandaar dat de mensheid ook ‘cultuur’ kent; het totaal aan collectieve representaties die gedeeld worden door een natie. En dat is niet zinnebeeldig. Het gaat over het verbinden van personen die elkaar niet persoonlijk kennen. Identiteit is geen doel maar een middel tot samenleven. De Oostenrijkse socialist Bauer typeerde een natie als een op taal gebaseerde cultuurgemeenschap gegroeid uit een lotsgemeenschap. Dat klopt. Vandaag gedenken we onder andere de taalstrijd en ons lot is inderdaad – volledig contingent – aan elkaar verbonden door dit lapje grond; Vlaanderen.

We moeten blijven slaan op de nagel die ‘taal’ heet. De leitkultur bepaalt, meer dan de sociale en lokale afkomst de toekomstmogelijkheden van de mensen en geeft dus mee vorm aan hun identiteit. Zolang de integratie even groot of groter is dan de mobilisatiegraad ontstaat er geen probleem, schreef Deutsch. De versmelting van cultuur en politiek is het wezen van het nationalisme. De moderne mens staat in loyauteit tegenover een cultuur in plaats van tegenover een vorst.

“De versmelting van cultuur en politiek is het wezen van het nationalisme. De moderne mens staat in loyauteit tegenover een cultuur in plaats van tegenover een vorst”

Identiteit huist in de sociaal-constructivistische theorie die voortdurend wordt heruitgevonden door de impliciete dialoog tussen de leden van de gemeenschap. De Vlaamse beweging dient in staat te zijn om de belangen van de specifieke klassen en groepen in de natie, op te nemen in de nationale agitatie en in nationale termen uit te drukken.

“De Vlaamse beweging dient in staat te zijn om de belangen van de specifieke klassen en groepen in de natie, op te nemen in de nationale agitatie en in nationale termen uit te drukken”

11 juli bewijst hoe sterk het volk staat tegenover de culturele elite. De Vlaamse iconografie had zoveel gewicht dat de officiële instanties niet anders konden dan die symbolen te canoniseren. In tegenstelling tot andere landen waar de staat de symboliek oplegt aan het volk. De bevoegdheid rond feestdagen zou beter bij de gemeenschappen liggen. Feestdagen zijn een culturele gelegenheid die bij de gemeenschappen hoort.

‘De Vlamingen hebben gestreden, niet met bloed maar met inkt’, schreef De Wever. Via democratische verkiezingen en dialoog gaan we naar de volgende staatsstructuur. Het confederalisme is het logische vervolg van de loop van de geschiedenis. Vlaanderen komt van ver, maar we zijn er evenwel nog niet. 11 juli is nog niet onze ‘quatorze juillet.‘ Er is nog geen massagevoel.

“Vlaanderen komt van ver, maar we zijn er evenwel nog niet. 11 juli is nog niet onze ‘quatorze juillet.‘ Er is nog geen massagevoel”

Met België indien mogelijk, zonder België als het moet, zei Frans Van Cauwelaert, maar altijd voor en door Vlaanderen. We moeten streven naar een ‘civis romanus sum‘. Hroch onderscheidt drie fasen in de natievorming; belangstelling voor de taal, de geschiedenis en de gebruiken waarop een agitatie van een kleine groep patriotten volgt en tenslotte – de fase waarin flaminganten zich nu bevinden – de doorbraak naar de massa. In een stellingenoorlog moeten één voor één alle pijlers van de burgerlijke samenleving worden veroverd; onderwijs, uitgeverijen, vakbonden, civil society et cetera. Eerst vindt er een geestesrevolutie plaats, dan pas een politieke. Mensen hebben nu eenmaal liever de zekerheid van problemen dan de onzekerheid van oplossingen. De massa is zodanig miskweekt dat die de bestaande maatschappij als begerenswaardig erkent en dus haar ketens gewillig draagt.

Nationalisme is geen vastgegroeide ideologie maar groeit organisch. Een nationalist is terecht trots op zijn volk, trots op zijn cultuur, maar weet juist vanuit die ingesteldheid andere volkeren en hun cultuur te waarderen. 

Voor Vlaanderen, voor rechtvaardigheid, voor de toekomst!

Confederalisme; ceci n’est pas un pays!

Uitgelicht

Leestijd: 10 min

België; staat van ontbinding

Na de revolutie en de onafhankelijkheid in 1830 was België een natiestaat. De natie had een identiteitsbeleving die zich veruitwendigde in de hoge Franstalige burgerij die genoot van het cijnskiesrecht. De grondwettelijk verankerde taalvrijheid betekende de facto dat de Franstaligen zich de moeite konden getroosten om Nederlands te leren. De Vlaamse beweging hield zich toen vooral bezig met het definiëren van die Belgische identiteit. Hendrik Conscience, een Belgicist die als vrijwilliger vocht in de revolutie, wou met het schrijven van de ‘Leeuw van Vlaanderen‘ zijn steentje bijdragen. In de eerste druk in 1838 stond in het voorwoord te lezen; “Het staatsbestuur spant zich in om het verschil tussen de twee delen van het land te doen verdwijnen. Het middel is de verfransing. Indien het staatsbestuur dan toch een versmelting wil, dat men dan de meerderheid van de natie ervan tot grondslag neme! Of dat men elk het zijne laat.”

Het tij keerde in 1893 met de invoering van het algemeen stemrecht. De gewone Vlaming betrad de democratie. Dit zorgde voor een Franstalige tegenbeweging. De Vlaamse beweging evolueerde naar het cultiveren van een Vlaamse subnatie. Dit culmineerde in de ultieme clash in de jaren ’70 met de ontdubbeling van België in ‘autonome’ Vlaamse en Franstalige entiteiten. Zelfbestuur werd door de unitaire partijen uitgekleed tot culturele autonomie voor de twee gemeenschappen en de Duitstalige minderheid. Alles werd gedaan om aan Vlaanderen de kenmerken van een echte staat te geven: één volk, één gebied, één taal, één cultuur. Infrastructuur en economie werden naar de drie gewesten verbannen.

“Wallonië hangt aan het infuus, waarbij transfers als shots morfine worden toegediend”

Sociale zekerheid is een vangnet, geen hangmat

In iedere discussie is er altijd wel een ‘slimmerik’ die zegt dat wij vroeger afhankelijk waren van Wallonië en dat onze economie ooit vierkant draaide. Nou moe! Die ongelijkheid werd gecreëerd door de Franse burgerij. In de eeuw na de onafhankelijkheid van België werden de Vlaamse nijverheden zoals textiel minder ondersteund dan de metaalindustrie in Wallonië. Er werden de helft meer staatsspoorwegen aangelegd in Wallonië dan in Vlaanderen. De grondbelastingen waren lange tijd ongelijk verdeeld. In 1864 was 43 procent van Vlaanderen geletterd tegenover 70 procent in Wallonië. De hogere – lees: verfranste – standen in Vlaanderen waren even rijk als in Wallonië maar de lagere stand was armer. Land van tegenstellingen; meer behoeftigen tegenover meer renteniers, meer analfabeten tegenover meer ontwikkelden, meer gemoord tegenover meer gebeden. De criminaliteit van het geweld wijkt en de criminaliteit van het bedrog stijgt met het beschavingspeil. Men kan gewag maken van een toenmalige culturele achterstand, sociale taalgrens, economische inzinking en menselijke verschrompeling. Stap nu terug in je DeLorean richting 21e eeuw.

Vlaanderen haalt momenteel een werkzaamheidsgraad van 75 procent tegenover 63 procent in Wallonië. Wallonië slaagt er in om met 32 procent van de bevolking 23 procent van het bbp te produceren. Terwijl in Vlaanderen de vacatures stijgen, stijgen in Wallonië – met enige overdrijving – de ‘hangmatwerklozen’. Relatief gesproken telt Wallonië dubbel zoveel werkzoekende uitkeringsgerechtigden (cijfers RVA). Vlaanderen goed voor 58 procent van de bevolking heeft 26 procent leefloners, Wallonië met zijn 32 procent van de bevolking heeft 47 procent leefloners ( bij het typen corrigeerde mijn tekstverwerker dit steevast naar ‘leeglopers’). Die regionale verschillen worden meestal doodgezwegen in de tabellen. Wallonië hangt aan het infuus, waarbij transfers als shots morfine worden toegediend

“Wallonië telt dubbel zoveel werkzoekende uitkeringsgerechtigden”

Mild despotisme

De bestaansredenen voor de Belgische federale structuren hebben niks te maken met een opwelling van ‘patriottisme’, maar alles met blanco cheques die vanuit het Noorden verzonden worden om de Zuidelijke putten te vullen. Hiermee wordt Wallonië aan het infuus gelegd en wordt hen elke zelfredzaamheid ontnomen. De slechte leef- en woonomstandigheden bij onze Franstalige buren komen niet voort uit een tekort aan zorg, maar door een overdaad aan zorg. Het zacht democratisch mild despotisme doet het onmondige volk vervellen tot een volgzame, homogene groep kuddedieren verslaafd aan de transfers die druppelsgewijs worden toegediend. We hebben het Zuiden van het land afhankelijk gemaakt van het Noorden zoals het middeleeuwse lijfeigenschap van een horige. Te verregaande wettelijk bijstand vormt een inperking op de persoonlijke vrijheid en draagt bij tot de toenemende ‘overheidsbureaucratisering’ en slaat bovendien iedere sokkel voor solidariteit weg, schreef De Tocqueville. Beide deelstaten zakken weg in het zompige moeras dat België heet. Zonder homogene bevoegdheden en transparante transfers is iedere staatshervorming een kat in een zak. Jaarlijks stroomt er minstens 10 miljard euro van Noord naar Zuid en structureel levert het niks op. In ‘The Road To Serfdom’ schreef Hayek; “overheidsoptreden leidt altijd tot meer overheidsoptreden.” Dit is het fundament waarop l’état PS en het cliëntelisme gestoeld zijn.

“Er stroomt 10 miljard euro van Noord naar Zuid. Overheidsoptreden leidt altijd tot meer overheidsoptreden. Dit is het fundament waarop l’état PS en het cliëntelisme gestoeld zijn”

Oppositie creëert confederalisten.

“De heropstanding van de vele volksgemeenschappen op ons oude Europese continent, dat herboren nationalisme is ditmaal geen duistere of irrationele kracht. Wanneer ze gekoppeld wordt aan de beginselen van de liberale democratie en meer bepaald aan de grondwettelijke vergrendeling van de elementaire rechten en vrijheden van het individu, levert ze integendeel een bevrijdende energie.”, schreef Verhofstadt in zijn burgermanifesten. Van Rompuy vulde aan met; “een doorgedreven staatshervorming is pas mogelijk als de Vlaamse partijen wegblijven van de onderhandelingstafel.” Er was een tijd waarin Guy Spitaels met zijn PS de wind in de zeilen hield van het Waals regionalisme, toen verpersoonlijkt door de Voerense burgemeester José Happart. Vande Lanotte had ooit het idee om de werkgelegenheidsbevoegdheden in hun geheel over te hevelen naar de gewesten. Wat hadden deze sujetten allemaal gemeen? Ze zaten in de oppositie. Eens uit de oppositie schreef Verhofstadt; “Identiteit leidt naar de gaskamers van Auschwitz”. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt? Het kan verkeren zei Bredero.

“Identiteit leidt naar de gaskamers van Auschwitz”

Sire, il n’y a pas de Belges

Leopold I schreef dat België, door de aard en de samenstelling van zijn bevolking, nooit tot een natie kon uitgroeien. Voortschrijdend inzicht heet dat. Baudelaire omschreef het Belgische volk als de verschillende bevolkingsgroepen; Vlamingen en Walen, die samen de inwoners van België vormen. Belg word je, volgens Baudelaire, omdat je gezondigd hebt.

De Walen mogen dan wel bewezen hebben dat ze voor alles Belg en unitair gezind zijn; wat maakt dat uit aangezien de meerderheid van de Vlamingen niet de minste neiging vertoont om daarin mee te gaan! Na de een of andere verkiezing zal het ongelukkige staatshoofd achter een onvindbare regering aanhollen. België kan dan door implosie verdwijnen. Wat zou de Vlamingen dan in de weg staan om unilateraal hun onafhankelijkheid te proclameren en zich tot natie te verklaren? Alle instrumenten voor hun toekomstige legitimiteit hebben zij al gecreëerd“, schreef François Perin alreeds in 1981.

“Belg word je, volgens Baudelaire, omdat je gezondigd hebt”

Artikel 35

VDB – niet de gedopeerde coureur die zich god waande – maar de gewezen minister achter de Agusta-affaire en het Zilverfonds (ook een affaire) waant zich… nuja ook god. Hij schuimt de publieke opinie af om te verkondigen dat het confederalisme een fata morgana is. Herinnert Frank zich dat hij in 1993 – het gezegende geboortejaar van ondergetekende – als spa-voorzitter grondwetsartikel 35 goedkeurde? Dat bewuste – nooit uitgevoerde – artikel is volgens wijlen Dehaene de grondslag voor een confederale staat. Artikel 35 zegt dat dat de federale overheid enkel die bevoegdheden mag uitoefenen die haar uitdrukkelijk zijn toegewezen door de grondwet en de gewone wetten. Alle andere, ‘residuaire’, bevoegdheden, worden dan automatisch aan de deelstaten toegewezen. Dit doet verdacht veel denken aan het confederale model van N-VA.

“Herinnert Frank zich dat hij in 1993 grondwetsartikel 35 goedkeurde?”

Niet alleen artikel 35 werd door de ‘tjeeven‘ in het leven geroepen, de vijf resoluties werden 6 jaar later ook goedgekeurd. In deze resoluties werd onder meer gepleit voor een Vlaamse en een Franstalige deelstaat met daarnaast twee kleinere entiteiten; Brussel en de Duitstalige Gemeenschap. De institutionele band tussen Brussel en Vlaanderen moest versterkt worden met onder andere de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams parlement. De fusie van Brusselse gemeenten moest ook onderzocht worden en het was hoog tijd voor fiscale autonomie en meer homogene bevoegdheidspakketten.

Conferalisme; un fédéralisme des cons

Bij het confederalisme belanden bijna alle bevoegdheden bij de deelstaten die zelf kunnen beslissen wat ze er mee doen en die dan ook zelf instaan voor hun inkomsten én uitgaven ; weliswaar met onderlinge solidariteit gekoppeld aan afspraken en verantwoordelijkheid. Alleen die restbevoegdheden, waar beide deelstaten het over eens zijn dat ze best overkoepelend worden georganiseerd zoals; veiligheid, defensie, het afbouwen van de staatsschuld en buitenlandse zaken blijven federale materie. Dit lijkt verdacht veel op grondwetsartikel 35.

“Een statenbond, waarin Vlaanderen en Wallonië volwaardige staten worden en die vrij overeenkomen wat zij nog zinnig samen zullen doen en onder welke voorwaarden”

Heden ten dage leven we in een ‘Belgo-co(n)federatie’. In dit huis met vele kamers vinden we alle centrifugale en centripetale krachten die België palliatief maken terug. We hebben evenwaardige gemeenschappen en gewesten (voor Vlaanderen positief, voor België centrifugaal). Alle wetten en decreten in dit landje zijn bovendien evenwaardig. Het in foro interno, in foro extrerno principe geeft Vlaanderen de slagkracht om in het buitenland verdragen te sluiten die binnen de Vlaamse bevoegdheden vallen. Dit alles lijkt aan te tonen dat de deelstaten werkelijk mogen leven en handelen als kleine ‘republiekjes’. Niets is minder waar. België is verworden tot een institutioneel kluwen dat de volgzame burger een rad voor de ogen moet draaien en hen elke zin tot civil society of ondernemen moet ontnemen. Mobiliteitsministers Weyts en Bellot moeten telkenmale naar de Raad van State met de vraag wie nu bevoegd is voor wat. Herinner u de tweet van Ben Weyts; Een potvis in de zee? Federaal. Een potvis op het strand? Vlaams. Het gaat om een bewust gehouden complex systeem van de Franstalige minderheid in België. Dit gaat over dwingende centripetale elementen die België constitutioneel betonneren en Vlaanderen ‘afgrendelen’. De sloten zijn minzaam bekend; bijzondere meerderheidswetten, paritaire comités, de 60 – 40 regel et cetera. De Gravensteengroep (waartoe wijlen professor Vermeersch behoorde) vroeg zich jaren geleden al af hoe ze deze grendels kunnen openen teneinde een einde te maken aan het democratisch deficit en de volkssoevereniteit terug in ere te herstellen.

Dit alles is de slotsom van een compromis à la Belge; een dwangdemocratie die in de weeromstuit meer afkeer dan liefde opwekt voor het Belgisch instituut.

“Dwangdemocratie die meer afkeer dan liefde opwekt voor het Belgisch instituut”

Brussel

In ruil voor de splitsing van BHV ontvangt Brussel jaarlijks 2 miljard euro meer dan het Vlaams en Waals gewest. Dankzij de waardering van het vastgoed krijgen ze ook meer belastingontvangsten. In totaal beschikken ze over twee derde meer middelen dan de andere gewesten en daar krijgt het volk instortende tunnels voor terug. De splitsing van BHV had moeten gekoppeld worden aan de institutionele hervorming van de hoofdstad. Er is nood aan een grondige opkuis in tegenstelling tot het ‘geswiffer’ van de afgelopen jaren. Brussel is een amalgaam van 19 gemeenten, 19 burgemeesters – die elk hun eigen bal willen -, 19 OCMW’s en 6 politiezones. Een mooi voorbeeld is het Zuidstation dat gespreid ligt over drie politiezones. Performant kan dat toch niet zijn.

“In ruil voor de splitsing van BHV ontvangt Brussel jaarlijks 2 miljard euro meer dan het Vlaams en Waals gewest”

VDB gebruikt Brussel in iedere confederale discussie als dooddoener. Maar dat is een achterhoedegevecht. In de Canadese provincie Québec hebben ze een ander systeem van sociale zekerheid dan in de rest van het land en dat werkt!

Een van de confederale pistes bezorgt de Brusselaars zelfs een ongeziene luxe. De Brusselse autonomie zou kunnen uitbreiden en meer Vlaamse investeringen genieten. Bovendien kunnen ze van deelstaat veranderen zonder fysiek zich te moeten verplaatsen. Naar analogie met de vijf resoluties kunnen de Brusselaars kiezen tussen het Vlaams of Franstalig stelsel wat betreft de aanvullende takken (kinderbijslag en gezondheidszorg) en de inkomensvervangende takken (pensioenen en werkloosheidsuitkeringen). Dit is geen keuze à la carte. Confederalisme werkt met een all-in menu.

Als een Zwitsers horloge

Zwitserland, gidsland? In Zwitserland huizen 4 taalgroepen waarbij decentralisatie heerst en veel macht bij de gemeenten en kantons ligt. De centrale overheid in Bern werkt als een stolp. Decentralisatie doet de overheid krimpen. David Stadelmann toont in zijn onderzoek aan dat decentralisatie ervoor zorgt dat de kantons zelf opdraaien voor hun schulden. Het vastgoed daalt namelijk in waarde naarmate de schulden van het kanton stijgen. Kiezers zullen twee keer nadenken vooraleer ze stemmen voor ‘gratispolitiek’ waarbij de schulden hoog oplopen.

“Decentralisatie doet de overheid krimpen. Het zorgt voor beleid op maat en werkt zelfredzaamheid in de hand”

De wereld verandert sneller dan ooit; globalisatie, migratie, Brexit, handelsoorlogen, klimaatproblematiek et cetera. Centrale overheden – wist, alweer de Tocqueville – hollen altijd achter de feiten. Als boutade kan je stellen dat Monaco met 31.000 inwoners het ideale land is. Decentralisatie zorgt voor beleid op maat en werkt zelfredzaamheid in de hand.  Dit land kent twee verschillende economieën met verschillende snelheden en verschillende noden. Wallonië zou bijvoorbeeld kunnen genieten van een lage vennootschapsbelasting. Omdat ze vertrekken vanuit een klein aantal bedrijven verliezen ze weinig overheidsontvangsten.

Gedecentraliseerde landen lenen zich bovendien beter tot referenda. Hierdoor staat het volk dichter bij het beleid en de politieke macht. Via referenda heeft de wetgevende en uitvoerende macht voeling met wat er leeft bij de bevolking. Deze referenda kunnen gebruikt worden als barometer, niet als bindend drukkingsmiddel. Ze kunnen aberraties zoals de Brexit of het massaal investeren in zonne-energie in het zonne-arm Vlaanderen en de bijhorende Freya factuur voorkomen. In referendumdemocratieën zijn mensen beter geïnformeerd, gelukkiger en welvarender.

Dit land smeekt om euthanasie

Geef Vlaanderen én Wallonië waar ze beiden recht op hebben. Wat je zelf doet, doe je zelf. Laat Vlaanderen zijn welvaart in eigen handen nemen. De schaal van de herverdeling, van de redistributie, van de hele sociale zekerheid, moet de schaal zijn van de gedevolueerde regio, van de geconfedereerde entiteiten zoals Jean-Pierre Rondas schrijft in een opiniestuk op Doorbraak. Splits de sociale zekerheid. Geef volle fiscale autonomie en homogene bevoegdheden.

“Splits de sociale zekerheid. Laat Vlaanderen zijn welvaart in eigen handen nemen”

Ik wil een lans breken voor een bedachtzame evolutie. Dat betekent geleidelijk en overzichtelijk. Een revolutie laat een vacuüm na en je weet niet wie of wat dat vacuüm zal vullen. Na de Franse revolutie kwam de terreur van Robespierre en de dictatuur van Napoleon. De revolutie eet altijd haar eigen kinderen op. De juiste hervorming voorkomt revolutie, maar revolutie kan ook een hervorming voorkomen. Een staat die niet beschikt over de middelen tot verandering, beschikt niet over de middelen tot behoud, schreef Burke. Normaliter moet in de vorige legislatuur de grondwetsartikelen opengezet worden die in de volgende legislatuur voor herziening vatbaar zijn. Deze moeten dan door de regering, senaat en parlement worden goedgekeurd. Begin met het uitvoeren van artikel 35. Voor een staatshervorming is niet altijd een grondwetsherziening nodig. De absurde ondemocratische bijzonder meerderheid is wel van tel. Dat betekent een tweederdemeerderheid in de kamer en een meerderheid in elke taalgroep.

“Een staat die niet beschikt over de middelen tot verandering, beschikt niet over de middelen tot behoud”

Recht zonder macht is machteloos, macht zonder recht is tirannie. We moeten zorgen dat wat rechtvaardig is machtig is en wat machtig is rechtvaardig is.

Twentysomething. Criminoloog. Bachelor Sociale Wetenschappen. Conservatief. Flamingant. Dwarsdenker. Scherp Satirische Neerslag. Sturm Und Drang. Koffieverslaving. Hobbyist Schilder – Theatermaker. #9000.