Feestdag van een Vlaamse natie

Leestijd: 10 min

“Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft (…)”

Zo dendert ons volkslied over onze harten en tongen. Deze ontembare Vlaamse leeuw is altijd nauw vervlochten geweest met de rebelse Gentse stroppendragers. Getuige daarvan is de première van het Vlaams volkslied in het revolutiejaar 1848 in de Minardschouwbrug te Gent. Het kan verkeren, zei Bredero. Anno 2019 huldigt het Gents bestuur de Guldensporenslag met een – sobere – academische zitting, voorzien van natje en droogje, maar het mocht wat meer zijn. Neen, deze keer blijft de roeptoeter op zak. De Vlaamse hoogmis is nochtans dé dag bij uitstek om stil te staan bij de rijke en woelige, maar heroïsche geschiedenis van onze natie.

“Het Gents bestuur weigert om de feestdag te gedenken met de gepaste toeters en bellers. Neen, deze keer blijft de roeptoeter op zak”

Graafschap Vlaanderen

We beginnen bij het graafschap Vlaanderen (862 – 1795) dat door het Verdrag van Verdun aanvankelijk deel uitmaakte van West-Francië en vanaf 1464 van de (zuidelijke) Nederlanden. Vanaf het prille begin weigerden de fiere en dappere Vlamingen om te buigen naar de Franse feodale leenheer. Vlamingen voeren een onafhankelijke koers. Leuk weetje; ‘Vlaanderen’ komt etymologisch van flâm, flauma (vloed, stroom). Overstroomd land dus. Sommige predikers zien deze periode al terug opduiken onder het motto; “l’histoire se répète”.

1302

Op 11 juli 1302 – meer dan 700 jaar geleden – legden de Vlamingen het juk van de Franse koning Filips IV de Schone van zich af. In een heroïsche veldslag nabij Kortrijk vernederden de Vlaamse ambachtslieden – straatvechters bij gelegenheid – het professionele Franse ridderleger. De Guldensporenslag, zo gaat de mythe, voert ons mee naar een slagveld waarbij het volk, het establishment omverwerpt. Dat ridderleger werd niet alleen verslagen, maar met de grond gelijk gemaakt. De hagiografie leert ons dat het Franse leger ‘boven de zestigduizend man sterk’ was en het onderspit dolf tegen het Vlaamse leger dat ‘slechts uit dertigduizend man bestond.’ Denk Braveheart, maar dan het origineel. Tijdens de Guldensporenslag was er geen tijd voor gutmenschen. Het was Germaans zelfbestuur versus Latijns despotisme. De Franse ridders wisten niet wat hen overkwam. Zij waren gewend te vechten volgens een strakke erecode, waaraan edellieden in gans Europa zich getrouw hielden. De slag om de gulden sporen was een concretisering van Hobbes’ bellum omnium contra omnes. Paus Bonifatius VIII werd zelfs uit zijn bed gelicht om mee te delen dat voor de eerste maal in de geschiedenis een leger van voetvolk een ridderleger had verslagen. Dit betekende het begin van het einde voor ridders als militaire kaste. Niet slecht voor wat ‘plebs’.

“Paus Bonifatius VIII werd uit zijn bed gelicht. Het was de eerste maal in de geschiedenis dat een leger van voetvolk een ridderleger had verslagen”

De ‘Leo Belgicus’ is een cartografische conventie waarbij de Nederlanden in de vorm van een leeuw werden afgebeeld.

Conscience was uiteraard een romancier die de ‘Leeuw van Vlaanderen’ schreef om de Vlaamse subnatie, binnen de Belgische natie, tastbaar gestalte te geven. Robert van Bethune; de ‘leeuw’ was zelfs niet aanwezig. Op 11 juli 1302 zat hij in ballingschap in het kasteel van Chinon. De slag was ook geen uiting van ‘nationalisme’ – een anachronisme aangezien de ‘Vlaamse natie’ nog niet bestond – maar eerder een klassenstrijd. Ach wat doet het er toe. Het blijft het verhaal van de underdog; het volk tegen de beter georganiseerde onderdrukker. Een beter gemeenschappelijk verleden of glorieuze mythe kan je voor een natie niet bedenken.

Vlaamse Beweging

In Vlaanderen was er na de onafhankelijkheid van België sprake van een ‘blocked mobility’; de idee dat sociale mobiliteit – volgens De Tocqueville één van de basisvereisten van een democratie – geblokkeerd is. Sociale mobiliteit, of het gebrek daaraan, is een krachtige katalysator tot zelfredzaamheid en emancipatie. Het revolutiejaar 1848 zorgde nog voor een laatste oprisping van Belgisch patriottisme die tot 1870 duurde als reactie tegen de annexatie van Frankrijk onder Napoleon III. Een gemeenschappelijke vijand zorgt nu eenmaal voor een ingroup/outgroup. Guido Gezelle, flamingant van het eerste uur, schreef; “Wees Vlaming, dien God Vlaming schiep. Wees Vlaming zeg ik u, herwake Vlaming Nu!”.

In 1893 werd het algemeen enkelvoud stemrecht ingevoerd waarmee België en Wallonië hun doodsvonnis tekenden. De Waalse leiders pleitten voor een afscheiding van Vlaanderen en Wallonië omdat ze de democratische meerderheid vreesden. Jules Destrée stelde een federatie voor met twee onafhankelijke vrije volkeren. Ze zaten met de ‘peut’ zou Hedebouw zeggen of zaten ze met het profitariaat van de Fransdolheid? Eind 19e eeuw was de bewustwording dan ook compleet; Vlaamse vlag, Vlaams volkslied, Vlaamse feestdag. Conscience leerde niet alleen zijn volk lezen, hij leerde het ook feesten. In 1973 riep de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële feestdag van Vlaanderen.

“In 1973 riep de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële feestdag van Vlaanderen.”

De testosteronrevolutie

Leuven Vlaams was een repliek op het Franse taalimperialisme en het misprijzen van de eentaligheid. Taal is de beste waarborg voor de bloei van een volk en het belangrijkste kenmerk van de natie. In 1962 werd de taalgrens vastgelegd; Vlaanderen eentalig Vlaams, Wallonië eentalig Frans en Brussel tweetalig. Vlaanderen ging uit van het territorialiteitsprincipe. Maar de Franstaligen behielden het personaliteitsbeginsel en bleven dus rustig verder keuvelen in het Frans. De Vlamingen beseften dat zij de demografie aan hun kant hadden. James Kennedy schrijft dat de culturele omwenteling van de jaren 60 kon plaatsvinden omdat het protest en een deel van de elite gelijkaardige motieven hadden. De Christendemocraten – altijd de grootste in Vlaanderen – dreigden hun hegemonie te verliezen aan de Volksunie. Ze werden terug Vlaamsgezind. De socialisten en liberalen waren belgicisten omdat ze hoopten te profiteren van Waalse stemmen. Het startschot van mei ’68 werd gegeven in Parijs. Het ongenoegen van de mannelijke studenten die niet op meisjeskamers mochten komen slapen katapulteerde Europa in een sociale testosteronrevolutie.

Het moreel superieure links had die flamingantische stempel van ’68 niet zien aankomen. Zij zochten en vonden soelaas voor hun identiteitscrisis bij het evangelische Rode Boekje van Mao.Toen Leuven Vlaams een nationale dimensie kreeg trokken ze zich terug. Van de weeromstuit hingen mensen als Paul Goossens maar anti-Vlaamse, pro-Belgische en pro-Europese idealen nastreven. In hun kielzog omarmden ze een misplaatste multiculti en importreligie die het licht van de verlichting wil doven. Het Postmodernisme leidde tot spirituele verarming. België kent 28 zelfmoordpogingen per dag. In de publieke moraal heeft alles zijn prijs maar niks zijn waarde. Nietzsche voorspelde alreeds dat de dood van God samenvalt met de dood van onze cultuur en onze moraal. Dit heeft als gevolg dat de mens, gedreven door massaconsumptie, alles zal gaan banaliseren. Dit zal uiteindelijk uitmonden in nihilisme met zelfobsessie, spirituele woestenij en leegte als resultaat. We verheffen fysica tot metafysica en we vernietigen alles wat in de weg staat van de bevrediging van onze materialistische menselijke impulsen. We waren verlost van de verstikking van de pastoor maar de aasgieren stonden klaar. Een hervorming kan een revolutie tegenhouden en een revolutie kan een hervorming tegenhouden, schreef Burke.

“In de publieke moraal heeft alles zijn prijs maar niks zijn waarde. We verheffen fysica tot metafysica en we blijven achter in spirituele woestenij”

De absolute individualiteit waarbij kosmopolieten de natie vervangen door het individu en de staat door de wereld slaat elke verbondenheid aan diggelen. De cultuurrelativisten negeren elke basale sociale, culturele en evolutionaire principe. De liberale Hun idealen van ‘individuele vrijheid’ en ‘gelijkheid’ zijn een contradictio in terminis aangezien ‘gelijkheid’ betekent dat de ‘vrijheden’ van bepaalde mensen moet ingeperkt worden. Niettemin hebben idealen een natiestaat nodig om concrete gestalte te krijgen.

Staatsmisvormingen

De eerste staatshervorming onder Eyskens maakte een einde aan het unitaire België. Vlamingen wilden culturele autonomie onder andere in de vorm van taalwetgeving. Er kwam een paritaire ministerraad en twee cultuurgemeenschappen. De unitaire partijen liepen ook op hun einde. Dit alles had een hoge prijs; de ‘grendelgrondwet’. We werden afgekocht met speciale procedures en het instellen van bijzondere meerderheden waardoor de macht van de Vlaamse demografische meerderheid werd ingeperkt. In concreto betekent dit dat we voor iedere majeure hervorming een tweederdemeerderheid in de kamer moeten combineren met een meerderheid in elke taalgroep. De Franstaligen werden ‘demanders de rien’. Waalse regionalistische en anti-Vlaamse partijen zoals Rassemblement Wallon het daglicht zagen. De Vlaamse beweging vervelde van taalbeweging naar politieke, sociale en economische beweging. De taalgrens groeide uit tot een grens tussen gewesten en gemeenschappen.

“We werden afgekocht met speciale procedures en het instellen van bijzondere meerderheden waardoor de macht van de Vlaamse demografische meerderheid werd ingeperkt.”

In de jaren ’70 deed Tindemans de regering vallen met het ‘Egmontpact’, waaruit het Vlaams Blok vloeide. Onder Martens kwamen er maar liefst twee staatshervormingen. Martens zorgde ervoor dat de culturele gemeenschappen echte gemeenschappen met bevoegdheden werden. In ’80 kregen de Duitse, Franse en Vlaamse gemeenschappen én gewesten een eigen raad. De Vlamingen voegen de raden van de gemeenschappen en gewesten samen, waardoor zij een regering minder hebben dan de Franstaligen. Bij de derde staatshervorming werd een ruim pakket bevoegdheden naar de gemeenschappen en gewesten verscheept. België was de facto federalistisch. Dehaene hervormde België finaal tot een formeel federalistisch koninkrijk. Vanaf ’95 konden de volksvertegenwoordigers van de deelstaten eindelijk rechtstreeks verkozen worden. Later volgden nog de vijf resoluties en het nooit uitgevoerde grondwetsartikel 35.

Ondertussen werden de twee democratieën steeds pijnlijk duidelijker; socio-economisch, BRT werd VRT, eigen onderwijs, eigen verenigingen en vakbonden, eigen televisiezenders, eigen media etc. Bovendien voegden steeds meer partijen het adjectief ‘Vlaams’ toe aan hun partijnaam. Feitelijke apartheid dus. De VU had geen bestaansreden meer. De meeste van hun partijstandpunten werden uitgevoerd en ze hadden geen antwoord op de ‘blocked democracy’ en ‘blocked economy’.

In 2011-2012 kwam de splitsing van de vermaledijde kieskring BHV tot stand. Na zes staatsmisvormingen kan je het patroon wel ontrafelen. Iedere staatshervorming roept de volgende op. Vlaamse politici vragen autonomie wat ontzegd wordt door de Belgische politiek waardoor de Vlaamse publieke opinie radicaliseert en de elite dan maar schoorvoetend een halve ‘toegift’ doet. Een staatshervorming wordt eens uitgekleed bij de onderhandelingen, vervolgens nog eens bij de wetteksten en tenslotte nog eens bij de uitvoeringsbesluiten, tot ze volledig met de billen bloot staat. De feitelijke apartheid zorgt voor ‘blocked democracy’. Sociaal en cultureel zijn we vrij, maar democratisch en economisch hangen we nog aan de ketting. Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk is een korte samenvatting van de Belgische politiek.

“Een staatshervorming wordt eens uitgekleed bij de onderhandelingen, vervolgens nog eens bij de wetteksten en tenslotte nog eens bij de uitvoeringsbesluiten”

Buitenstaanders zouden – teneinde de collectieve splitsingsziekte te stoppen – kunnen opwerpen dat het weerbericht splitsen niet voor beter weer zorgt, maar dan zou ik opperen dat het misschien wel voor een juistere weersvoorspelling zorgt.

“Iedereen bevoegd, niemand verantwoordelijk is een korte samenvatting van de Belgische politiek”

Natievorming

Vlaanderen is een natie, zoals duidelijk staat geschreven in het Handvest voor Vlaanderen, dat door de Vlaamse regering in 2012 werd voorgesteld. En de natuurlijke, logische roeping van een natie is een soevereine staat worden. En iedere nationalist streeft ernaar om staatsgrenzen te laten samenvallen met de grenzen van de volksgemeenschap, maar beseft dat grenzen nooit absoluut mogen zijn.

Identiteit, waarden, normen en tradities worden over de hele wereld door gemeenschappen gebruikt als houvast tegen de uitdagingen van de globalisatie. Dankzij de staat kan de natie begrenst worden en dankzij de natie krijgt de staat legitimiteit. Grenzen zijn voor een staat wat de huid is voor het lichaam.

” Grenzen zijn voor een staat wat de huid is voor het lichaam”

Natuurlijk is een natie contingent. Het is een verbeelde gemeenschap. Veel van ons maatschappelijke denken is niet natuurlijk en wat wel natuurlijk is, is niet perse wenselijk of moreel goed. Vandaar dat de mensheid ook ‘cultuur’ kent; het totaal aan collectieve representaties die gedeeld worden door een natie. En dat is niet zinnebeeldig. Het gaat over het verbinden van personen die elkaar niet persoonlijk kennen. Identiteit is geen doel maar een middel tot samenleven. De Oostenrijkse socialist Bauer typeerde een natie als een op taal gebaseerde cultuurgemeenschap gegroeid uit een lotsgemeenschap. Dat klopt. Vandaag gedenken we onder andere de taalstrijd en ons lot is inderdaad – volledig contingent – aan elkaar verbonden door dit lapje grond; Vlaanderen.

We moeten blijven slaan op de nagel die ‘taal’ heet. De leitkultur bepaalt, meer dan de sociale en lokale afkomst de toekomstmogelijkheden van de mensen en geeft dus mee vorm aan hun identiteit. Zolang de integratie even groot of groter is dan de mobilisatiegraad ontstaat er geen probleem, schreef Deutsch. De versmelting van cultuur en politiek is het wezen van het nationalisme. De moderne mens staat in loyauteit tegenover een cultuur in plaats van tegenover een vorst.

“De versmelting van cultuur en politiek is het wezen van het nationalisme. De moderne mens staat in loyauteit tegenover een cultuur in plaats van tegenover een vorst”

Identiteit huist in de sociaal-constructivistische theorie die voortdurend wordt heruitgevonden door de impliciete dialoog tussen de leden van de gemeenschap. De Vlaamse beweging dient in staat te zijn om de belangen van de specifieke klassen en groepen in de natie, op te nemen in de nationale agitatie en in nationale termen uit te drukken.

“De Vlaamse beweging dient in staat te zijn om de belangen van de specifieke klassen en groepen in de natie, op te nemen in de nationale agitatie en in nationale termen uit te drukken”

11 juli bewijst hoe sterk het volk staat tegenover de culturele elite. De Vlaamse iconografie had zoveel gewicht dat de officiële instanties niet anders konden dan die symbolen te canoniseren. In tegenstelling tot andere landen waar de staat de symboliek oplegt aan het volk. De bevoegdheid rond feestdagen zou beter bij de gemeenschappen liggen. Feestdagen zijn een culturele gelegenheid die bij de gemeenschappen hoort.

‘De Vlamingen hebben gestreden, niet met bloed maar met inkt’, schreef De Wever. Via democratische verkiezingen en dialoog gaan we naar de volgende staatsstructuur. Het confederalisme is het logische vervolg van de loop van de geschiedenis. Vlaanderen komt van ver, maar we zijn er evenwel nog niet. 11 juli is nog niet onze ‘quatorze juillet.‘ Er is nog geen massagevoel.

“Vlaanderen komt van ver, maar we zijn er evenwel nog niet. 11 juli is nog niet onze ‘quatorze juillet.‘ Er is nog geen massagevoel”

Met België indien mogelijk, zonder België als het moet, zei Frans Van Cauwelaert, maar altijd voor en door Vlaanderen. We moeten streven naar een ‘civis romanus sum‘. Hroch onderscheidt drie fasen in de natievorming; belangstelling voor de taal, de geschiedenis en de gebruiken waarop een agitatie van een kleine groep patriotten volgt en tenslotte – de fase waarin flaminganten zich nu bevinden – de doorbraak naar de massa. In een stellingenoorlog moeten één voor één alle pijlers van de burgerlijke samenleving worden veroverd; onderwijs, uitgeverijen, vakbonden, civil society et cetera. Eerst vindt er een geestesrevolutie plaats, dan pas een politieke. Mensen hebben nu eenmaal liever de zekerheid van problemen dan de onzekerheid van oplossingen. De massa is zodanig miskweekt dat die de bestaande maatschappij als begerenswaardig erkent en dus haar ketens gewillig draagt.

Nationalisme is geen vastgegroeide ideologie maar groeit organisch. Een nationalist is terecht trots op zijn volk, trots op zijn cultuur, maar weet juist vanuit die ingesteldheid andere volkeren en hun cultuur te waarderen. 

Voor Vlaanderen, voor rechtvaardigheid, voor de toekomst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s